Tekstvak: PROPHY online
	Phytophthora advies via Internet

 

               

                           Handleiding

September 1999

OPTICROP B.V.

Keulenstraat 15

7418ET Deventer

Tel. 0317 - 460 075

Fax 0317 - 450 978

                            E-mail: info@agrovision.nl 

Copyright Keulenstraat 15 1999

 

INHOUDSOPGAVE

1.         INLEIDING

2.         WERKING PROPHY ADVIESSYSTEEM

2.1       Opbouw van ProPhy

Weerstation

Weersverwachting

Perceelsgegevens

Kennis en informatie

Inbreng gebruiker

2.2       Advisering

Berekening beschermingsduur

Advies middeltype

Advies dosering

3. WERKING PROPHY online

3.1 Techniek ProPhy online

3.2 Opzet en inhoud ProPhy online

Adviestabel

Phytophthora omstandigheden

Landelijk weeroverzicht

Rassen

Specifiek advies

Grafieken

Toelichting

Handleiding

3.3       Verschillen Internet – PC programma

Bijlage 1.1         Rassen groep 1

Bijlage 1.2         Rassen groep 2

Bijlage 1.3         Rassen groep 3

Bijlage 1.4         Rassen groep 4

 

1.    INLEIDING

 

ProPhy is een adviessysteem dat de aardappelteler helpt bij de bestrijding van Phytophthora. Op basis van metingen met een weerstation en een regionaal weerbericht, worden de infektiekansen van de Phytophthora schimmel ingeschat. Op perceelsniveau wordt uitgerekend of de voorgaande bespuiting nog voldoende bescherming biedt, door rekening te houden met o.a. loofgroei, afspoeling, ziektedruk, rasgevoeligheid, middel en dosering. Als gevaarlijke omstandigheden worden vastgesteld én de bescherming is onvoldoende, zal ProPhy een bespuiting adviseren met een passend middel.

 

Sinds begin 90-er jaren is ProPhy als PC-programma in gebruik bij een groeiende groep akkerbouwers in Nederland. Zowel veldproeven als praktijkgebruik geven aan dat ProPhy zorgt voor een betrouwbare en efficiente bestrijding van Phytophthora. In normale of droge seizoenen is vaak een besparing op het aantal bespuitingen mogelijk. In natte seizoenen met een hoge ziektedruk, zorgt ProPhy ervoor dat zo lang mogelijk met normale preventieve middelen gespoten kan worden, en wordt dus de inzet van duurdere, curatieve middelen zoveel mogelijk voorkomen.

 

ProPhy online (via Internet) is afgeleid van het computerprogramma ProPhy. Met het ProPhy programma worden automatisch overzichten en een adviestabel geproduceerd, die als Internet pagina’s geplaatst worden. Deze handleiding beschrijft zowel de achtergronden van het ProPhy programma als de werking van ProPhy online.

Het is belangrijk dat u zich realiseert dat het advies via Internet globaler van aard en minder perceelsspecifiek is dan het ProPhy advies uit het PC-programma! In hoofdstuk 3.3 worden de verschillen nader uiteengezet. Tegenover het nadeel van een minder nauwkeurig advies, staan natuurlijk ook de voordelen van advisering via Internet (eenvoudiger, goedkoper).

 

ProPhy online wordt aangeboden via Akkernet (http://www.akkernet.nl). Akkernet is een samenwerkingsverband van PAV, DLV, IRS, Agrotel, ACM en Opticrop. Gezamenlijk bieden deze partijen actuele teeltinformatie voor de akkerbouw op de Akkernet site. Grotendeels is de informatie op deze site vrij toegankelijk. Een aantal modules, waaronder ProPhy online, is alleen tegen abonnementsbetaling beschikbaar. U ontvangt dan gebruikersnaam en toegangscode.

 

 

Gebruik van de informatie en adviezen uit ProPhy online is geheel op eigen verantwoording van de gebruiker. Opticrop en leverancier/aanbieder van het systeem kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor enigerlei nadelige effekten direkt of indirekt veroorzaakt door gebruik van de ProPhy informatie. De informatie is strikt bedoeld voor gebruik binnen de eigen bedrijfsvoering; het is nadrukkelijk niet toegestaan op enigerlei wijze de informatie en adviezen te vermenigvuldigen en/of te verspreiden.

 

2.   WERKING PROPHY ADVIESSYSTEEM

 

2.1    Opbouw van ProPhy

Dit hoofdstuk beschrijft de werking en opbouw van het ProPhy adviessysteem, waarop de Internet versie is gebaseerd. ProPhy wordt gekenmerkt door de volgende hoofdonderdelen:

  • Weerstation
  • Weersverwachting
  • Perceelsgegevens
  • Kennis en informatie
  • Inbreng gebruiker

 

Weerstation

De basis van het ProPhy systeem wordt gevormd door de meetgegevens van het weerstation. Bij voorkeur wordt het weerstation geplaatst in of vlakbij een gewas aardappelen, zodat met de sensoren daadwerkelijk in het gewas gemeten wordt. De weerstations zijn meestal uitgerust met de volgende sensoren:

  • Luchttemperatuur op ca. 1.50 m. hoogte (boven het gewas)
  • Luchttemperatuur op ca. 0.20 m. hoogte (in het gewas)
  • Relatieve luchtvochtigheid op ca. 0.20 m. hoogte (in het gewas)
  • Bodemtemperatuur (instelbare diepte)
  • Windsnelheid op ca. 2.00 m.
  • Windrichting op ca. 2.00 m.
  • Neerslag

 

De continue metingen worden herleid tot uurwaarden en deze worden opgeslagen. Vanuit de computer worden de meetgegevens gebruikt voor de volgende berekeningen.

 

  • Wel of niet gevaarlijk

Phytophthora is een schimmel met een doorgaans redelijk vast dag-nacht ritme. ’s Nachts of ’s morgens vroeg worden na een periode van hoge luchtvochtigheid sporen gevormd (sporulatie). De sporen rijpen af, en kunnen vervolgens binnendringen in het blad als het blad nat is (infektie). Afhankelijk van de situatie kunnen infektie en sporulatie direkt op elkaar volgen, en verspreidt de Phytophthora zich vooral plaatselijk. Als het ’s morgens vrij snel opdroogt, kunnen rijpe sporen loslaten van het blad en met de wind meegevoerd worden. Tenzij de omstandigheden overleving niet toelaten (hoge temperatuur, lage luchtvochtigheid) kunnen deze sporen elders neerkomen en een infektie veroorzaken.

Het ProPhy programma bekijkt van dag tot dag of de weersomstandigheden zodanig zijn dat aan de criteria voor sporulatie en infektie wordt voldaan. Hiervoor wordt de periode beschouwd die begint halverwege de voorgaande avond en eindigt in de loop van de middag. Als de criteria worden gehaald (in het algemeen een lange vochtige periode bij een optimum temperatuur van 15 tot 20 °C en overdag niet extreem warm en droog), is sprake van een "gevaarlijke" dag.

 

In werkelijkheid kan natuurlijk nooit zwart-wit beoordeeld worden of een dag wel of niet gevaarlijk is. Het programma rekent daarom ook de "mate van gevaar" uit. Een bladnatperiode van bijvoorbeeld 8 uur kan bij een bepaalde temperatuur een grensgeval zijn: volgens de criteria is het net wel of juist net niet gevaarlijk. Anderzijds zijn er ook dagen met een dusdanig lange bladnatperiode dat met zekerheid geconcludeerd kan worden dat het een gevaarlijke dag is.

Voor de duidelijkheid geeft ProPhy aan of het gevaarlijk is, en middels een symbool een indicatie van de mate van gevaar:

- Duidelijk geen gevaarlijke dag

o Omslagsituatie. Dit symbool kan zowel voorkomen bij een ongevaarlijke dag (b.v. wel sporulatie, maar bladnatperiode net te kort voor infektie) of bij een gevaarlijke dag (eris maar net aan alle criteria voldaan).

! Gevaarlijke dag.

!! Duidelijk een gevaarlijke dag. Als twee of drie uitroeptekens worden vermeld, is ruimschoots aan de criteria voldaan.

           

  • Ziektedruk

De ziektedruk is in feite een maat voor de hoeveelheid sporen die zich in de lucht bevinden, en op het gewas terecht kunnen komen en een infektie veroorzaken. Enerzijds wordt de ziektedruk natuurlijk bepaald door de aanwezigheid van Phytophthora bronnen. Als nergens Phytophthora is, kunnen er ook geen sporen in de lucht zijn. Helaas is de situatie in Nederland zo dat er eigenlijk altijd wel ergens bronnen zijn, die onder de juiste weersomstandigheden de "epidemie" op gang kunnen brengen.

ProPhy gaat er dus impliciet vanuit dat er altijd Phytophthora kan zijn, en daarom wordt de ziektedruk voornamelijk bepaald door de weersomstandigheden. Er wordt een ziektedrukgetal berekend (varierend tussen 0 en 100) door de weersomstandigheden van de laatste 10 dagen te bekijken. Zijn (bijna) alle dagen in die periode gevaarlijk geweest, dan heeft de Phytopthora alle kans gehad om aktief te worden en sporen te produceren, en is de ziektedruk hoog. Andersom, als er (bijna) geen gevaarlijke dagen zijn geweest, kunnen er wel aantastingen aanwezig zijn maar deze produceren geen sporen en dus is de ziektedruk laag.

Om de ziektedruk in de ProPhy tabellen goed te kunnen begrijpen, is het belangrijk te weten dat de ziektedruk wordt berekend over de periode van 3 dagen geleden t/m 10 dagen geleden. Het is dus in feite een lopend gemiddelde dat vertraagd reageert op de huidige omstandigheden:

  • Phytophthora wordt pas 3-5 dagen na infectie (incubatietijd) zichtbaar, en produceert dan pas sporen. Infekties die gisteren of eergisteren zijn ontstaan, dragen dus nog niet bij aan de ziektedruk. Dit is de reden waarom vanaf 3 dagen geleden wordt gekeken.
  • De ogenschijnlijke vertraging kan dus leiden tot een situatie dat momenteel (vandaag) de weersomstandigheden erg gevaarlijk zijn, terwijl de ziektedruk heel laag is en/of nog aan het zakken is. Andersom geldt ook: als het droog wordt na een lange vochtige periode, zijn de huidige omstandigheden ongevaarlijk, terwijl de ziektedruk nog hoog is.
  • In de berekening wordt gekeken naar de mate van gevaar. Bijvoorbeeld 3 gevaarlijke dagen met symbool "!!" leiden tot een hogere ziektedruk dan 4 dagen met symbool "o".

 

  • Afspoeling
  • Alle middelen hebben slechts een bepaalde werkingsduur. Ook als het niet regent en er vindt geen bladgroei plaats, worden middelen door temperatuur, dauw en zonlicht afgebroken. Neerslag echter kan de "slijtage" versnellen, doordat een gedeelte van het middel afspoelt.

ProPhy bekijkt eerst de afspoeling op korte termijn. Op basis van de weersomstandigheden direkt na spuiten (temperatuur, luchtvochtigheid en wind) wordt de "aandroogtijd" berekend. Deze is minder dan een uur onder goede spuitomstandigheden, maar kan ook meerdere uren bedragen als gespoten wordt bij een bijna nat gewas (hoge luchtvochtigheid, geen wind). Dit is de belangrijkste fase voor de hechting van het middel: als er neerslag valt binnen de aandroogtijd, geeft ProPhy hiertoe een waarschuwing.

Daarnaast worden de neerslag-gegevens gebruikt om de mate van afspoeling te berekenen. Zowel de hoeveelheid regen, de intensiteit als het tijdstip van de regen spelen een rol:

  • Hoe groter de totale hoeveelheid regen sinds de bespuiting, hoe meer er afgespoeld is.
  • Zware neerslag (meer dan 10 mm. per uur) geeft extra afspoeling door "slagkracht" van de regen.
  • De hechting van middelen neemt gedurende de eerste 2 dagen na spuiten nog steeds toe. Eenzelfde bui 1 dag na spuiten geeft dus relatief meer afspoeling dan 4 dagen na spuiten.

 Weersverwachting

Omdat Phytophthora preventief moet worden bestreden, is het weer van de komende dagen zeker zo belangrijk als het gemeten weer van de afgelopen dagen. ProPhy is daarom altijd gekoppeld aan de weersverwachting. Bijvoorbeeld Meteo Consult levert een regionaal Landbouw-weerbericht met een gedetailleerde weersverwachting voor de komende 5 dagen. Overdag wordt deze verwachting elke 3 uur ververst, om te beginnen om ca. 5:00 ’s morgens.

De gegevens van de weersverwachting worden door ProPhy automatisch per modem opgehaald. Binnen het PC-programma kan uitgebreid het weerbericht bekeken worden: verwachting per 3-uurlijkse periode, verwachting op dagbasis, korte en lange termijn overzicht ("weerpraatje"), en radarbeelden.

Alle berekeningen zoals hierboven uitgelegd bij Weerstation, worden ook gedaan met de gegevens van de weersverwachting: wel of niet gevaarlijk, ziektedruk, afspoeling. Bovendien wordt het weerbericht gebruikt om de spuitomstandigheden ("spuitweer") te bekijken. Afhankelijk van windsnelheid, luchtvochtigheid en neerslagkans (bladnat), en in mindere mate temperatuur, worden de spuitomstandigheden beoordeeld en weergegeven in de volgende symbolen:

-- (slecht), - (onvoldoende), o (matig), + (goed), ++ (heel goed). Deze spuitomstandigheden kunnen van invloed zijn op de advisering: als qua weer en bescherming morgen gespoten zou moeten worden maar de verwachte omstandigheden zijn slecht, dan adviseert ProPhy vandaag reeds de bespuiting.

Nog een aantal belangrijke opmerkingen t.a.v. het weerbericht:

  • Als ’s morgens vroeg ProPhy de beoordeling wel/niet gevaarlijk moet maken voor vandaag, zal dit gebaseerd zijn op de gemeten gegevens van het station tot aan dat moment, en aangevuld met gegevens van de weersverwachting. Als de verwachting omslaat of niet uitkomt, kan deze beoordeling dus in de loop van de ochtend wijzigen. Bijvoorbeeld om 05:00 uur wordt ingeschat dat de dag ongevaarlijk is, terwijl om 11:00 blijkt dat de bladnatperiode langer heeft geduurd dan voorspeld en alsnog de beoordeling gevaarlijk wordt gegeven. Het ProPhy PC-programma geeft een attentie als zo’n omslag mogelijk is.
  • Standaard wordt in weersverwachtingen de windsnelheid gegeven voor 10 meter hoogte (meteorologische standaard). Voor het spuiten is echter de windsnelheid op 1 a 2 meter van belang. Daarom rekent ProPhy de verwachte windsnelheid van 10 meter om naar 2 meter boven de grond. Afhankelijk van het weertype kan dit een behoorlijk verschil zijn (windsnelheid op 2 m. tot 50% lager dan op 10 m.).
  • Het weerbericht is regionaal. Meteo Consult geeft de verwachting momenteel voor 20 regio’s in Nederland. Uw specifieke bedrijfssituatie kan dus wel eens afwijken van het beeld in de regio. Zie bijlagen voor de regio-indeling.

 Perceelsgegevens

Om perceelsspecifieke adviezen te kunnen geven, heeft ProPhy een aantal perceelsgegevens nodig. In het PC-programma legt u deze vast in de registratie-module:

  • Naam van het perceel
  • Teeltdoel (pootaardappelen, consumptieaardappelen, zetmeelaardappelen)
  • Ras
  • Datum poten, opkomst, 15 cm. gewashoogte, sluiting, doodspuiten, afsterving
  • Bespuitingen: datum, tijd, middel(en), dosering(en)
  • Beregeningen: datum, hoeveelheid water

 

Kennis en informatie

Het ProPhy programma wordt jaarlijks geactualiseerd. Wijzigingen in toelatingen (nieuwe middelen, vervallen middelen) worden verwerkt in de middelenlijst. Nieuwe rassen worden toegevoegd aan de rassenlijst. Rekenregels en advisering worden eventueel aangepast aan nieuwe inzichten en/of onderzoeksresultaten. Hiertoe staat Opticrop continu in overleg met onderzoek, bedrijfsleven én de gebruikers van het programma. Suggesties en wensen van gebruikers worden zoveel mogelijk verwerkt in het programma.

 Inbreng gebruiker

De gebruiker van het ProPhy adviessysteem heeft ook een belangrijke inbreng. In het PC-programma moeten een aantal zaken ingebracht worden: snelheid van loofgroei, zwaarte van het gewas en de eventuele aanwezigheid van Phytophthora in perceel en/of omgeving. Hiermee wordt dus een beroep gedaan op het vakmanschap van de gebruiker: hoe beter deze inschattingen zijn, hoe beter ProPhy kan adviseren.

2.2 Advisering

Het basisprincipe van de advisering is eenvoudig. Een bespuiting wordt geadviseerd als voldaan wordt aan 3 voorwaarden:

  • Schimmel is aanwezig

Als de schimmel niet aanwezig is een gebied (er zijn geen aantastingen), kunnen er ook geen sporen in de lucht zijn en kan er dus nooit infektie plaatsvinden. De situatie in Nederland is echter zo dat er altijd wel ergens aantastingen zijn, en er soms ook aantastingen plaatsvinden vanuit besmet pootgoed en evt. uit oosporen in de grond. De praktijksituatie is dus dat ProPhy altijd er vanuit gaat dat de schimmel aanwezig is.

  • Weersomstandigheden zijn gevaarlijk

In de vorige paragraaf is reeds uiteengezet hoe ProPhy bepaalt of de weersomstandigheden gevaarlijk zijn.

  • Bescherming is onvoldoende

Voor de beschermingsduur van de laatste bespuiting wordt onderstaande berekening gemaakt.

 

Berekening beschermingsduur

De beschermingsduur wordt als volgt bepaald:

 

Dagen

Voorbeeld

Standaard beschermingsduur laatste bespuiting

8

8

+ Doseringsfaktor

-3 tot 0

0

+ Rasfaktor

0 tot +3

2

+ Gewasfaktor

-2 tot +2

1

+ Ziektedrukfaktor

-2 tot +2

-1

+ Afspoelingsfaktor

-3 tot 0

-1

Werkelijke beschermingsduur

5 tot 15

9

Toelichting:

  • De standaard beschermingsduur is de normale beschermingsduur van het betreffende middel (onder normale omstandigheden). Voor vrijwel alle middelen bedraagt deze 8 dagen.
  • De doseringsfaktor corrigeert voor doseringen lager dan de standaarddosering. Als u meer dan 25% heeft verlaagd t.o.v. de normale dosering, kan ProPhy daarvoor aftrek geven als de ziektedruk matig of hoog is. De aftrek wordt uitgedrukt in dagen.
  • De rasfaktor wordt bepaald door de rasgevoeligheid. De meest gevoelige rassen hebben faktor 0. Minder gevoelige rassen krijgen er 1 tot 3 dagen bij (rasfaktor +1 tot +3).
  • De gewasfaktor hangt af van enerzijds snelheid van loofgroei en anderzijds de zwaarte van het gewas. Deze faktor kan zowel negatief als positief zijn.
  • De ziektedrukfaktor wordt bepaald door het berekende ziektedrukgetal en door de eventuele aanwezigheid van Phytophthora in het perceel of in de omgeving. Ook deze faktor kan de beschermingsduur zowel korter als langer maken.
  • De afspoelingsfaktor wordt berekend uit de neerslaggegevens sinds de laatste bespuiting. Afhankelijk van hoeveelheid, intensiteit en tijdstip van de neerslag kan er tot 3 dagen aftrek plaatsvinden.

 

Alle faktoren worden dus in dagen (+ of -) uitgedrukt, om inzichtelijk te maken wat de invloed is van de verschillende aspekten. De faktoren worden opgeteld en hieruit resulteert de werkelijke beschermingsduur. Als er meerdere negatieve faktoren zijn, wordt de beschermingsduur toch nooit korter gesteld dan 5 dagen. Dit betekent niet dat het adviesinterval nooit korter kan zijn dan 5 dagen. Als n.l. de verwachte spuitomstandigheden slecht zijn, zou in het uiterste geval al na 3 dagen een spuitadvies gegeven kunnen worden. De maximaal berekende beschermingsduur is 15 dagen. Ook dit betekent niet dat het maximale adviesinterval 15 dagen is. Als de bescherming is afgelopen en er treedt geen gevaarlijk weer op, zal ProPhy blijven adviseren om nog te wachten. In theorie kan dit oneindig duren.

 De beschermingsduur is een relatief begrip. Het is geen maat voor de absolute hoeveelheid middel die op het gewas aanwezig is. De beschermingsduur geeft aan "hoe lang het betreffende gewas op het betreffende perceel onder de huidige omstandigheden in voldoende mate is beschermd".

 Advies middeltype

ProPhy concludeert dat er een infektiekans is zodra de eerste dag met gevaarlijk weer optreedt nadat de beschermingsperiode is afgelopen. Deze infektiekans kan zowel in de afgelopen dagen als in de komende dagen vallen. Afhankelijk hiervan, wordt een passend middel geadviseerd. In globale lijnen is het schema als volgt:

Infektiekans 3 tot 5 dagen geleden

Tattoo C

Infektiekans 1 tot 2 dagen geleden

Cymoxanil

Infektiekans vandaag/morgen

Preventief

Infektiekans overmorgen

Morgen (mits goed spuitweer verwacht)

Geen infektiekansen

Wachten

 

Toelichting:

  • "Tattoo C" wordt hier bedoeld als "curatief" middel, d.w.z. in de adviesdosering 2.7 liter/ha.
  • "Cymoxanil" is een verzamelterm voor alle middelen die de werkzame stof Cymoxanil bevatten (o.a. Curzate, Aviso)
  • "Preventief" is een ruim begrip. In eerste instantie worden de puur preventieve middelen (contactfungiciden als Shirlan, Maneb, Mancozeb, Maneb-tin etc) bedoeld. Echter, ook middelen als Curzate of Tattoo-Flex (verlaagde dosering) in doorspuitschema’s vallen hieronder.
  • "Morgen" betekent niet noodzakelijkerwijs "Morgen spuiten" maar "Morgen weer het advies raadplegen, want waarschijnlijk dan een spuitadvies".
  • Infektiekansen 2 tot 5 dagen geleden treden i.h.a. alleen maar op als men noodgedwongen een eerder spuitadvies niet heeft kunnen opvolgen vanwege wind, regen of berijdbaarheid.
  • Recente infektiekansen (vannacht, gisteren of eergisteren) kunnen optreden als men 1 of 2 dagen het advies heeft "gemist", of als de weersvoorspelling niet correct is gebleken (het blijkt gevaarlijk weer geweest te zijn, terwijl dat niet voorspeld was).

Bovenstaande is het algemene schema. In werkelijkheid zal ProPhy meer genuanceerd het middeltype adviseren. Bijvoorbeeld worden curatieve middelen (Tattoo C) en semi-curatieve middelen (Cymoxanil) alleen geadviseerd bij een ziektedruk boven een bepaalde drempelwaarde. Een infektiekans kan ook opgetreden zijn bij een lage ziektedruk; in dat geval zal ProPhy een gewone preventieve bespuiting adviseren.

 

Mocht er sprake zijn van zichtbare en aktieve Phytophthora in het perceel zelf, dan zal ProPhy ook meer drastische maatregelen overwegen. Afhankelijk van o.a. mate van aantasting, groeistadium, ziektedruk, weersverwachting, rasgevoeligheid en teeltdoel, kan Ridomil of zelfs doodspuiten worden geadviseerd.

 

Voor de eerste bespuiting gelden ook andere criteria. Er is dan namelijk geen voorgaande bespuiting om de beschermingsduur van uit te rekenen. De afgelopen jaren wordt in het algemeen steeds minder gekeken naar het gewasstadium voor de eerste bespuiting. Vuistregels als "Eerste bespuiting als planten elkaar in de rij raken" of "Eerste bespuiting zodra de Phytophthora in het gebied is gevonden", zijn achterhaald. De algemene Phytophthora druk is zo hoog opgelopen, dat ProPhy in principe direkt vanaf opkomst de eerste bespuiting overweegt. Echter, het spuitadvies komt alleen als de weersomstandigheden daar aanleiding voor geven (een oplopende ziektedruk, een aantal gevaarlijke dagen achter elkaar, of een weersverwachting met gevaarlijk weer en behoorlijke neerslag).

 

Advies dosering

ProPhy geeft ook advies inzake de dosering. U moet dit meer zien als een indicatie dan een hard advies. De dosering wordt aangeduid in 3 trappen: 100% dosering, 75-100% dosering en 50-75% dosering. Het advies verdient enige toelichting:

  • ProPhy gaat uit van gerichte bestrijding, d.w.z. alleen spuiten als het nodig is. Als het niet nodig is, moet u eigenlijk niet spuiten en ook geen verlaagde dosering.
  • Het advies is altijd gebaseerd op de veronderstelling van een goed uitgevoerde bespuiting, d.w.z. onder de juiste omstandigheden, netjes uitgevoerd en met de juiste spuittechniek. Eventuele doseringsverlagingen nooit toepassen als u twijfelt over de omstandigheden (drift, slechte bedekking, zwiepen of slingeren van de spuitboom etc.).
  • Doseringsverlagingen slaan alleen op preventieve middelen. Curatieve middelen worden normaalgesproken alleen in "noodsituaties" gebruikt waarin doseringsverlaging niet aan de orde is. Bovendien bevatten dergelijke middelen vaak een systemische component, waarbij doseringsverlaging afgeraden wordt i.v.m. resistentiegevaar (b.v. Ridomil).
  • Enige doseringsverlaging is met name gepast in de volgende twee situaties:
  • De ziektedruk is laag maar ProPhy voorspelt voor morgen of overmorgen een gevaarlijke dag. Er komt dan een spuitadvies, maar een verlaagde dosering is goed mogelijk. De kans is namelijk groot dat het blijft bij 1 gevaarlijke dag.
  • Soms wordt eerder gespoten dan het advies aangeeft. Dit kan b.v. te maken hebben met de werkplanning, beregening, of het combineren met een luisbestrijding. In die gevallen zal men dus het eigenlijke spuitadvies niet opvolgen, maar wel kijken naar het doseringsadvies.
  • Voor de advisering in het algemeen, maar met name voor doseringen geldt dat gebruik van de ProPhy adviezen geheel op eigen verantwoording is, en dat u zich te allen tijde dient te houden aan de wettelijke gebruiksvoorschriften!

3. WERKING PROPHY online

 De ProPhy informatie en adviezen die u via Internet ontvangt, zijn gebaseerd op het ProPhy PC-programma. Er zijn echter belangrijke verschillen, omdat u in ProPhy online niet zoals in de PC-versie een complete perceelsregistratie bijhoudt. Onderstaand worden eerst de techniek en inhoud van ProPhy online toegelicht. In de laatste paragraaf worden nog eens duidelijk de inhoudelijke verschillen t.o.v. het PC-programma weergegeven.

 

3.1 Techniek ProPhy online

 

De ProPhy online informatie komt als volgt tot stand:

  • Door Opticrop worden op een centraal punt continu alle weersgegevens verzameld. Uurlijks wordt contact gemaakt met de weerstations om de nieuwste meetgegevens op te halen. Ook het weerbericht wordt opgehaald zodra de leverancier dit heeft ververst.
  • Op gezette tijden worden door een speciale versie van het ProPhy programma automatisch de pagina’s voor ProPhy online aangemaakt. De weersgegevens worden doorgerekend, de adviestabel wordt samengesteld door alle mogelijke situaties te bekijken, en het geheel wordt naar de Internet server gestuurd.
  • De ProPhy informatie op Internet wordt dus een aantal keren per dag ververst op basis van de meest recente meetgegevens van het weerstation en het laatste weerbericht. Bovenaan de pagina’s kunt u altijd datum en tijd van de laatste verversing zien.
  • Per abonnee op ProPhy online is vastgesteld van welk weerstation gegevens worden gepresenteerd. Keuze van het weerstation is dus direkt gekoppeld aan uw gebruikersnaam en toegangscode. Mocht u liever van een ander weerstation gebruik maken, dan kunt u een e-mail sturen aan Opticrop.

 3.2 Opzet en inhoud ProPhy online

 Op alle pagina’s van ProPhy online staat bovenaan de datum/tijd van laatste verversing, het weerstation waarop de gegevens zijn gebaseerd, en een menu met de belangrijkste opties:

  • Adviestabel (incl. Phytophthora omstandigheden en Landelijk weeroverzicht)
  • Rassen
  • Specifiek advies
  • Grafieken
  • Toelichting
  • Handleiding

Adviestabel

De adviestabel geeft u in één oogopslag een compleet overzicht van de adviezen voor een groot aantal situaties.

  • De adviestabel is gebaseerd op vaste instellingen voor "Phytophthora situatie" en "Loofgroei". Per regio worden deze instellingen telkens door Opticrop ingevoerd en bijgesteld. Het is best mogelijk dat uw eigen situatie afwijkt van de regionale situatie; daartoe kunt u via de optie "Specifiek advies" uw eigen instellingen inbrengen.
  • De adviezen worden weergegeven voor 4 rasgroepen. Alle rassen zijn ingedeeld in groepen naar hun gevoeligheid voor Phytophthora in knol en loof. Door op een rasgroep te klikken krijgt u een lijst van de rassen in die groep.
  • De tabel geeft in de kolommen de spuitadviezen voor als uw laatste bespuiting 1 t/m 14 dagen geleden is uitgevoerd.
  • Aan de rechterkant van de tabel staan "Uw rassen". U kunt namelijk zelf maximaal 10 rassen selekteren die op uw bedrijf geteeld worden. Deze rassen staan dan in de tabel vermeld, zodat u direkt ziet in welke rasgroep deze horen.
  • Het juiste advies voor uw situatie leest u simpelweg uit de tabel door te kijken naar de juiste rij (rasgroep) en kolom (laatste bespuiting). Zodra u met de muiscursor boven een bepaalde cel van de tabel staat, verschijnt een klein geel venster (tool tip) met een korte verklaring van de betreffende situatie. Als u vervolgens klikt op die cel, wordt een scherm getoond met de uitleg bij de berekende beschermingsduur.

 

Per situatie worden de adviezen weergegeven:  

Wa

   U kunt een bespuiting uitstellen.

Mo

   Morgen opnieuw uw situatie bekijken.

Pr

   Een preventieve bespuiting uitvoeren.

Cy

   Vandaag bespuiting uitvoeren met een Cymoxanil-houdend middel.

Ta

   Vandaag bespuiting uitvoeren met Tattoo C (2.7 l/ha).

Let op: "Mo" staat voor "Morgen opnieuw het advies raadplegen". Dit betekent dat als de weerssituatie niet verandert u morgen voor deze situatie een spuitadvies krijgt. Het kan echter best zijn dat de weersverwachting wél verandert, dus is het raadzaam de andere dag opnieuw te kijken.

 

Soms kunnen er "sprongetjes" in de adviestabel zitten, die ogenschijnlijk niet logisch zijn. Bijvoorbeeld:

  • Voor een bepaalde spuitdatum is de afspoeling –2 dagen, terwijl voor een dag eerder de afspoeling slechts –1 dag is. Dit kan verklaard worden uit het feit dat de tijd tussen de bespuiting en de regen, van invloed is op de afspoeling (zie pag. 6).
  • Normaal gesproken zullen de adviezen in de tabel "verschuiven" van Wa à Mo à Pr à Cy à Ta. Of al deze adviezen in de tabel staan, hangt echter helemaal af van de situatie. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er op een bepaald moment helemaal geen (semi) curatieve adviezen in de tabel staan, omdat de afgelopen week op geen enkele dag gevaarlijk weer is opgetreden.
  • Het kan voorkomen dat het advies van Wa direkt naar Cy "springt". Als u bijvoorbeeld 7 dagen geleden gespoten heeft, is het advies Cy (Cymoxanil), terwijl voor 6 dagen geleden het advies nog is om niet te spuiten. Zo’n situatie wordt ook weer verklaard door de neerslag:
  • Er is blijkbaar neerslag gevallen 6 en/of 7 dagen geleden.
  • De bespuiting van 7 dagen geleden heeft deze neerslag wél gehad (b.v. afspoelingsfaktor –1) en de bespuiting van 6 dagen geleden niet (afspoelingsfaktor 0).
  • Stel dat de ziektedruk aan de hoge kant is (ziektedrukfaktor –1), dan komt de beschermingsduur voor de bespuiting van 7 dagen geleden uit op 6 dagen (8-1-1), en die voor de bespuiting van 6 dagen geleden op 7 dagen (8-1).
  • In het ene geval is het gewas dus al sinds gisteren onbeschermd, terwijl in het andere geval de bescherming nog t/m morgen duurt.
  • Als gisteren of vandaag "gevaarlijk" is, betekent het dus dat de ene situatie het advies Cymoxanil krijgt (want gevaarlijk weer op een onbeschermd gewas).
  • In de andere situatie is het gewas nog wel beschermd. Als de verwachting voor de komende dagen ongevaarlijk weer laat zien, is hiervoor het advies om niet te spuiten.
  •  

Phytophthora omstandigheden

Onder de adviestabel staat nog een tabel met een overzicht van de weer- en Phytophthora situatie, zowel voor de afgelopen dagen (gebaseerd op gegevens van het weerstation) als voor de komende dagen (gebaseerd op de weersverwachting).

 

·         Neerslag

De gemeten of voorspelde hoeveelheid regen (in mm.). Voor

vandaag t/m Overmorgen wordt tevens de kans op regen vermeld.

  • Uren Nat

Lengte van de bladnatperiode (uren).

  • Temperatuur

Minimum en maximum temperatuur (°C).

  • Phytophthora

Gevaarlijk ja/nee

 incl. symbool voor de mate van gevaar (-, o, !, !!, !!!)

  • Ziektedruk

Berekend ziektedrukgetal (0 – 100).

  • Spuitweer

Verwachting spuitomstandigheden symbool --, -, o, + of ++)

 

Zie hoofdstuk 2 voor toelichting hoe bovenstaande gegevens worden bepaald. Let vooral op de toelichting bij de ziektedruk (pag. 5) in relatie tot het Phytophthora gevaar.

 Landelijk weeroverzicht

Hieronder wordt het weerbericht in tekstvorm ("weerpraatje") vermeld. Meestal geeft dit een goed begrijpelijke beschrijving van de huidige situatie en de verwachte ontwikkeling voor de rest van de dag en aankomende nacht.

 Rassen

Via dit onderdeel kunt u zelf tot maximaal 10 rassen selekteren uit de lijst. De gekozen rassen komen dan in de adviestabel te staan, zodat u direkt ziet in welke rasgroep welke rassen horen. De gemaakt instelling blijft op uw PC staan en is dus ook de volgende keer weer beschikbaar.

Specifiek advies

De adviestabel geeft het totaaloverzicht van de adviezen, en is gebaseerd op de regionale instellingen voor "Phytophthora in de omgeving" en "Loofgroei". Hoewel Opticrop deze instellingen per weerstation telkens aanpast aan de regionale situatie, kan het best zijn dat uw eigen omstandigheden afwijken. U kunt daartoe deze optie gebruiken. Via een invulblok stelt u uw eigen gegevens in:

  • Ras
  • Eventuele Phytophthora infekties in de omgeving
  • Loofgroei snelheid
  • Datum laatste bespuiting

Nadat u de juiste instellingen hebt geselekteerd, drukt u op de knop Advies en wordt het advies voor die specifieke situatie gepresenteerd.

 Grafieken

Hier worden een tweetal grafieken gepresenteerd met de gegevens van ca. 30 dagen terug tot enkele dagen vooruit. De bovenste grafiek toont minimum/maximum temperatuur (linkeras) en de neerslag (rechteras). Daaronder staat een grafiek met de berekende ziektedruk (0 tot 100).

 Toelichting

Hier ziet u een korte toelichting bij de opbouw en werking van ProPhy online.

Handleiding

Via deze optie kunt u de complete handleiding online raadplegen of downloaden (door met de rechtermuisknop te klikken op de menu-optie "Handleiding").

 3.3 Verschillen Internet – PC programma

 In Hoofdstuk 2 is de werking van het ProPhy adviessysteem beschreven. Het is belangrijk u te realiseren dat ProPhy online hier weliswaar van afgeleid is, maar minder informatie biedt en ook op punten wezenlijk verschilt. Voor alle duidelijkheid worden onderstaand de verschillen nog eens genoemd.

  • Het ProPhy PC programma is een interactief systeem. De gebruiker kan alle perceelsspecifieke gegevens registeren, o.a. gewasstadia, bespuitingen, beregeningen, groei, gewaszwaarte, aanwezigheid Phytophthora. ProPhy online heeft deze mogelijkheid niet, en dus zijn de adviezen minder perceelsspecifiek.
  • Prophy online geeft géén toegespitst advies voor de eerste bespuiting, omdat hiervoor informatie over o.a. opkomstdatum en gewasstadium nodig zou zijn. Daarom wordt volstaan met toelichting hoe ProPhy de eerste bespuiting adviseert:
  • Anders dan voorheen wel het geval was, moet u de eerste bespuiting in principe overwegen direkt vanaf opkomst. De uitgangssituatie is zodanig dat geen risico genomen kan worden.
  • Altijd direkt spuiten zodra er in de nabije omgeving (binnen ca. 5 km.) Phytophthora wordt gevonden. Dit geldt voor alle rassen en voor alle teeltdoelen.
  • U kunt wachten met de eerste bespuiting, zolang er geen Phytophthora in de omgeving is, én de door ProPhy berekende ziektedruk laag is (minder dan 50).
  • Zodra er de afgelopen dagen een serie gevaarlijke dagen is geweest, of deze wordt voorspeld uit de weersverwachting, wordt de eerste bespuiting aangeraden. Zeker is dit het geval, als er niet alleen gevaarlijk weer maar ook behoorlijke neerslaghoeveelheden worden verwacht.
  • Voor de eerste bespuiting(en) kunt u (mits geen Phytophthora aanwezig) starten met een wat lagere dosering (zie etiket). Dit wordt afgeraden als het gewas bij de 1e bespuiting al behoorlijk ontwikkeld is en snel groeit. In die situatie een volle dosering.
  • Voor uw beslissing t.a.v. de eerste bespuiting kunt u dus wel waardevolle informatie uit de fax halen (ziektedruk, weersverwachting).
  • Het advies is niet gebaseerd op het middel en dosering wat u de laatste keer hebt gebruikt. Er wordt dus vanuit gegaan dat de laatste bespuiting is uitgevoerd met een goed preventief werkend middel in een normale dosering, en onder de juiste omstandigheden en met de juiste spuittechniek toegepast.
  • Het advies houdt geen rekening met het tijdstip van spuiten. Waar het PC programma a.h.v. spuittijdstip de aandroging controleert, kan dit via ProPhy online niet.
  • De situatie is mogelijk dat ProPhy online aangeeft dat de (berekende) ziektedruk laag is, en dat u desondanks ziet dat er in de direkte omgeving aktieve (d.w.z. sporulerende) aantastingen zijn. Hou in dat geval een korter interval aan dan dat het advies aangeeft.
  • Het advies van ProPhy online veronderstelt dat uw gewas vrij van Phytophthora is. Als wél sprake is van een aktieve aantasting op uw perceel, dan kunnen de volgende richtlijnen gegeven worden:
  • Plaatselijke aantastingen (haardjes, perceelsranden, hoeken) zoveel mogelijk pleksgewijs doodspuiten.
  • Bij lichte aantastingen die wel over het hele perceel verspreid zijn, verschilt het advies. Als u uit het schema gelopen bent (beschermingsduur vorige bespuiting al enkele dagen voorbij), dan minimaal een Cymoxanil houdend middel of bij hoge ziektedruk en/of slechte vooruitzichten Tattoo C spuiten. Als u nog wel in het schema zit en het weerbericht is niet al te slecht, kunt u veelal nog volstaan met b.v. Maneb-tin of Shirlan in een volle dosering.
  • Bij zwaardere aantastingen is het advies om Tattoo C of zelfs Ridomil te spuiten. Ridomil niet toepassen in pootgoed, maximaal 2x per seizoen en alleen als het gewas nog in de groei is. Een Ridomil bespuiting na ca. 5 dagen herhalen, tenzij er duidelijk geen effekt is geweest van de eerste keer (resistentie). Als er echt scherp drogend en zonnig weer met hoge temperaturen wordt verwacht, kan eventueel nog volstaan worden met b.v. Maneb-tin of Shirlan.
  • Altijd goed (blijven) controleren of de aantasting uitbreidt en/of aktief sporen vormt.
  • Uitgevoerde of geplande beregeningen worden niet meegenomen.
  • In het PC-programma kunt u zeer uitgebreid alle achterliggende gegevens van weerstation en weerbericht bekijken. Op Internet is dit beperkt tot de tabel met Phytophthora omstandigheden en de grafieken. Het ProPhy PC-programma geeft een uitgebreid advies (tekst, tabellen, grafieken, toelichting) inclusief een indicatie voor de dosering. ProPhy online geeft minder toelichting, maar anderzijds wel de mogelijkheid via de adviestabel in één keer een groot aantal situaties te bekijken.

 

Altijd geldt dat het een advies is, dat u zelf dient te interpreteren en toepassen in uw bedrijfsvoering.

Bijlage 1.1 Rassen groep 1

Rasnaam

Loofresistentie

Knolresistentie

Accent

2.5

8.0

Accord

2.5

7.0

Alcmaria

2.5

7.0

Amazone

3.0

5.0

Aminca

2.5

6.0

Arcade

4.0

8.5

Arkula

4.0

6.0

Arnova

4.0

6.0

Arsy

4.0

8.0

Aurora

4.0

7.0

Ausonia

3.0

8.0

Bea

4.0

2.0

Belita

3.5

5.0

Berber

3.0

6.0

Bildtstar

3.0

3.5

Bimonda

4.5

8.0

Bintje

3.0

4.5

Cicero

3.0

8.5

Cleopatra

3.0

7.0

Climax

3.0

8.0

Colmo

4.0

7.0

Corine

3.5

8.0

Darwina

4.5

7.0

Donald

3.7

4.6

Dore

2.5

7.0

Draga

3.0

8.0

Edzina

4.5

8.0

Eersteling

2.0

5.0

Ehud

5.0

4.0

Eigenheimer

4.5

3.5

Element

4.0

7.0

Elkana

4.5

9.0

Erntestolz

4.0

7.0

Estima

3.5

5.5

Fresco

3.5

8.0

Gloria

3.0

6.0

Inova

3.0

8.0

Jaerla

3.0

7.5

Kondor

4.5

9.0

Krostar

4.0

7.0

Lady Christl

2.0

8.0

Lady Rosetta

3.5

6.0

Latona

3.5

7.0

Lekkerlander

4.0

8.0

Liseta

3.0

8.0

Lutetia

2.5

6.0

Maranca

4.5

8.0

Marfona

4.5

9.0

Marijke

5.0

4.0

Mentor

4.0

8.0

Minerva

1.5

5.0

Monalisa

4.0

5.5

Morene

4.0

7.0

Nicola

4.5

7.0

Ostara

3.0

7.5

Parel

4.0

9.0

Platina

4.0

5.0

Prelude

3.0

6.5

Premiere

2.0

3.5

Primura

2.0

5.0

Prior

2.0

8.0

Provita

3.5

6.0

Rapido

2.5

5.5

Resy

3.0

5.0

Rex

4.0

6.5

Sante

4.0

8.0

Sinora

3.5

6.5

Sirco

2.5

8.0

Sirtema

2.0

8.0

Sjamero

7.5

3.5

Sprint

3.0

5.5

Tresor

3.0

6.0

Turbo

4.5

8.0

Ukama

2.5

7.0

Vebesta

4.5

8.0

Wilja

4.0

8.0

Bijlage 1.2    Rassen groep 2

Rasnaam

Loofresistentie

Knolresistentie

Agria

5.5

8.0

Alpha

5.5

5.5

Amadeus

5.5

8.0

Anosta

5.0

8.0

Ardenta

5.0

7.5

Asterix

5.0

8.5

Baraka

5.0

9.0

Cardinal

5.0

7.0

Cycloon

5.0

6.0

Danielle

5.0

6.5

Desiree

5.0

8.0

Divina

5.0

6.0

Drop

5.5

6.0

Fabula

5.0

7.0

Felsina

5.0

5.0

Florijn

5.5

5.5

Frisia

5.0

7.0

Kanjer

5.5

6.0

Karida

5.5

7.5

Mirka

5.0

7.0

Mondial

5.0

5.5

Nomade

5.0

8.0

Obelix

5.0

7.0

Oscar

5.0

8.0

Princess

5.5

7.0

Resonant

5.0

5.0

Rode Pipo

5.0

6.5

Romano

5.0

9.0

Roxy

5.0

6.0

Santana

5.0

7.0

Saturna

5.5

9.0

Solide

5.0

7.0

Spunta

5.0

5.0

Timate

5.0

8.0

Van Gogh

5.5

8.0

Bijlage 1.3           Rassen groep 3

 

Rasnaam

Loofresistentie

Knolresistentie

Ajax

6.0

7.0

Apriori

6.0

6.0

Apropos

6.0

5.5

Astarte

6.0

5.5

Bolesta

6.0

8.5

Charisma

6.0

8.0

Concorde

6.0

7.5

Diamant

6.5

7.5

Disco

6.5

7.5

Eba

6.0

7.0

Escort

6.5

7.5

Hertha

6.0

7.5

Karakter

6.0

5.0

Montana

6.5

7.0

Nika

6.5

7.0

Prevalent

6.0

8.0

Producent

6.0

9.5

Remarka

6.5

8.5

Symfonia

6.0

8.5

Vebeca

6.0

8.0

Victora

6.5

6.0

Bijlage 1.4    Rassen groep 4

Rasnaam

Loofresistentie

Knolresistentie

Allure

7.0

8.0

Amigo

7.0

8.0

Aziza

7.5

8.0

Ballade

8.0

9.0

Dinamo

7.0

9.5

Elles

7.0

9.0

Famosa

7.0

7.0

Feska

7.0

8.5

Innovator

8.0

6.5

Irene

7.0

5.0

Kantara

7.0

6.0

Kardal

8.0

8.0

Kardent

7.5

8.0

Karnico

7.5

6.5

Kartel

8.0

6.5

Katinka

7.0

9.0

Konsul

7.0

5.0

Krometa

7.0

8.0

Kuras

8.0

8.5

Kurola

7.0

8.0

Markies

7.5

7.0

Mascotte

7.0

6.0

Melanie

7.5

6.0

Mercator

8.0

7.5

Mercury

9.0

8.0

Milva

8.0

6.0

Montana

9.5

5.5

Plasinka

7.0

8.3

Prudenta

8.0

8.0

Redstar

7.0

5.5

Seresta

7.0

8.0

Simone

7.5

7.0

Sophytra

8.5

8.0

Stabilo

7.0

7.0

Stefano

7.0

7.0

Surprise

7.0

8.5

Texla

8.5

8.5

Vebebe

7.0

8.0